Een serie korte films over eindexamenkandidaten van de HKU, hun eindexamenwerk en verwachtingen voor de toekomst.
Nicoline Kooij studeert Theatre and Education. Haar eindexamenvoorstelling ‘IDENTITIJD’ is op 23 mei. Dit is een interdisciplinaire afscheidsvoorstelling gespeeld door de groep 8 leerlingen van de Openbare Jenaplanschool de Cleophas.
Naar haar afstuderen hoop Nicoline aan de slag te gaan op een basisschool als docent en daarnaast een eigen theatercollectief te hebben, waar ze werkt met mensen die op dezelfde golflengte zitten als haarzelf.
Via zijn netwerk kwam Hans Klein Schiphorst op 14 september 1992 terecht op de Faculteit Theater, als managementassistent bij de opleiding International Course Theatre & Education. Na bijna 20 jaar kun je hem een betrokken HKU’er noemen die verschillende functies vervuld heeft bij de Faculteit Theater en daarbuiten.
Internationaal
De eerste klus die geklaard moest worden was het werven van internationale studenten voor de toen nieuwe opleiding ‘International Course Theatre & Education’. ‘Vanuit Nederland bleek er geen interesse te zijn voor de opleiding, gelukkig vond ik wel een handjevol buitenlandse studenten. De opleiding ging door en ik behield daarmee mijn baan.’
Hans regelde van alles rondom de opleiding. Hij maakte de roosters en reserveerde lokalen, vertaalde teksten en brieven en diploma’s. In het lesprogramma veranderde er continue van alles, en voor het nieuwe schooljaar was hij ondertussen nieuwe studenten aan het werven. ‘Speciaal aan een internationale opleiding is dat studenten van ver komen, en dat is altijd spannend voor beide partijen.’ Soms ging het werven ook vanzelf: twee Keniaanse jongens met dans- en drama-ambities, op rondreis in Europa, kwamen vragen of ze aan de opleiding konden beginnen. Dat mocht, en ze hebben glansrijk en op z’n Afrikaans hun diploma behaald. Een jaar later kwam een grote goudkleurige Mercedes het plein op rijden en er stapte eerst een soort bodyguard uit. Het bleek de Keniaanse ambassadeur te zijn, die kwam melden dat er volgend jaar nog een Keniaanse jongen de opleiding kwam volgen. Het ging om de neef van de ambassadeur. Hij heeft toelating gedaan en is aangenomen. Nu heeft hij samen met zijn Nederlandse vrouw een bedrijf dat zowel in Kenia als in Nederland theaterworkshops en dansvoorstellingen aanbiedt.’
Rokershol
Tot 2002 studeerden er soms wel 60 internationale- en uitwisselingsstudenten op de Faculteit Theater. ‘Dit gaf een hele speciale sfeer, soms werd er alleen Engels gesproken in de kantine. Mary van Baaren, de beheerder van de kantine is daarom zelfs een cursus Engels gaan volgen!’
Hans was niet alleen verantwoordelijk voor de internationale opleiding, samen met Ton van Vlijmen en Jet Vos zat hij op een kamer van waaruit ze met zijn drieën het internationale gedeelte voor hun rekening namen. ‘Er mocht toen nog gerookt worden op kantoor en het was een echt rokershol.’ Hans was zelf vooral druk met de Europese uitwisseling en Jet had haar contacten verder weg. Hij kwam op veel verschillende plekken: ‘In de beginjaren waren er allerlei potjes en subsidies voor uitwisselingen en zo ben ik op veel verschillende plekken geweest in Europa: op zoek naar nieuwe partners, om partnerscholen te bezoeken en intensieve projecten te organiseren. Niet altijd bracht het wat we verwachtten. Zo kwam er uit Liverpool een folder over een Master in Multicultural Theatre, iets wat wij ook wilden. Toen ik op doorreis naar twee Engelse partnerscholen langs Liverpool kwam, bleek de hele master niet te bestaan en was het masteridee niets meer dan de folder en een Nigeriaanse docent die een vaag plannetje de wereld ingestuurd had.’
Huisvestiging
In die jaren was er nog geen tutoraat en bestond de taak van een management assistent ook uit het zorgen voor het welbevinden van de studenten. ‘Bij internationale studenten kwam daar ook het huisvesten bij. Op Janskerkhof 4 staat een gasthuis dat bedoeld was voor gastdocenten. Dat stond veelal leeg en daarom konden we er ook studenten huisvesten.’
Eind jaren ’90 ging Europa op slot. ‘Mensen van buiten Europa moesten zeker 10.000, toen nog ouderwetse, guldens op de bank hebben voordat ze een studievisum konden aanvragen. Hoe moest iemand uit bijvoorbeeld Afrika dat regelen? De laatste student die zomaar kwam aanwaaien was Tarkan Köroglu, een Turkse jongen. Hij kwam in juni naar Nederland voor een auditie in Amsterdam, maar had zijn visum te laat gekregen. Die audities waren al geweest. Hij kwam toen bij ons langs en werd direct aangenomen op basis van zijn verhaal en CV. Ik ben met Tarkan achterop de fiets naar de gemeente gereden voor zijn inschrijving. Hij kon de zomer in het gasthuis wonen en speelde op zijn gitaar geld bij elkaar om van te leven. Sinds 2002 is hij regisseur en heeft zijn eigen theatergroep.’
DVTG
Het einde van de internationale opleiding betekende voor Hans niet het einde van zijn carrière bij de HKU. De eerste game gerelateerde opleiding ‘Design for Virtual Theatre and Games’ (binnenkort: Interactive Performance Design and Games) was in 1999 van start gegaan op de Faculteit Theater. Daar werd hij tutor en docent. Ook bleef hij nog een aantal jaren het internationale uitwisselingsprogramma tussen Europese theaterscholen organiseren. Als voorzitter van de CMR en van de personeelvereniging ‘Uit de Kunst’ heeft Hans een diversiteit aan rollen vervuld. Voor hem blijft één ding het belangrijkst: ‘Het is elk jaar weer een feest als studenten hun diploma krijgen. Daar draait het uiteindelijk allemaal om.’
Sinds een aantal jaren tonen talentvolle (oud-)studenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht hun werk in de Utrechtse Bijenkorf. Ook dit jaar is hun werk te zien van 1 juni tot en met 16 juni op verschillende plekken in de winkel. Het winkelend publiek krijgt op deze manier de kans om kennis te maken met jong Utrechts kunsttalent.
Er is werk te zien uit verschillende kunstdisciplines.
De (oud-)studenten die exposeren hebben zich al tijdens hun studie bewezen als talentvolle kunstenaars.
Op modegebied toont een aantal studenten van de studierichting Fashion Design delen van hun collecties. Overig werk is afkomstig van (oud-) studenten van de studierichtingen Product Design, Illustration and Photography.
Nieuw: Een serie korte films over eindexamenkandidaten van de HKU, hun eindexamenwerk en verwachtingen voor de toekomst.
Carolien van Iersel studeert aan het Utrechts Conservatorium, klassieke zang. Haar eindconcert is 14 mei om 19.30 uur in de J.M. Fentener van Vlissingenzaal, Mariaplaats 27, 3511 LL Utrecht.
Henny Dörr is hoofd bacheloropleidingen aan de Faculteit Theater.
Vernieuwen
Ik vind het goed dat de HKU steeds professioneler is geworden. Wij moesten bij Theater zelf uitvinden hoe een contract eruit ziet en dat soort dingen, en dat werd op andere plekken binnen de HKU op hetzelfde moment ook gedaan. Dat is verspilling van tijd en energie, het is heel goed dat dit niet meer gebeurt.
Ik ben in 1989 als docent aan de HKU begonnen. Ik was een parttime invliegdocent die vier uurtjes in de week kwam lesgeven. Ik ben in 1986 afgestudeerd als dramaturg in Amsterdam, maar in 1984 gaf ik al les aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten. De Akademie voor Expressie door Woord en Gebaar (de theateropleiding die een van de poten van de HKU is geworden) was bepalend voor iedereen die docent drama was.
Op de toneelscholen in die tijd ging het echt om acteren. Op de AEWG ging het ook om maken en doceren. Dat was nieuw. Het vak drama werd op basis- en middelbare scholen niet gegeven, of hoogstens als hobby van de docent Nederlands. Het was nieuw dat drama een vak kon zijn. Dat je op een andere manier dan de traditionele met theater bezig kon zijn. Dat heeft ook veel met de actie Tomaat te maken (de opstand van jonge theatermakers tegen de gevestigde orde, eind jaren ’60).
Ik gaf toneelanalyse, theatergeschiedenis en dramaturgie in Amsterdam. Wij dachten artistiek na in plaats van sociaal, wat toen gebruikelijk was. Ik was 23 en gaf les aan parttimers die tien jaar ouder waren dan ik. Dat ging goed, ik heb uiteindelijk acht jaar aan de AHK gewerkt. In 1989 werd ik gevraagd voor een docentschap theatervormgeving, Dat was een afstudeerrichting van de afdeling architectonische vormgeving, aan de Faculteit Beeldende Kunst en Vormgeving van de HKU. Ik werkte onder een lastig hoofd, die uiteindelijk verdween en door mij werd opgevolgd, dat was toen een functie voor een uur per week.
Ik ben dus snel in het leidinggeven terecht gekomen. Daardoor kwam ik tussen mensen terecht die veel meer ervaring hadden dan ik. Maar dat was eigenlijk geen probleem. Dat een dramaturg een opleiding in vormgeving leidde, dát was een probleem. Volgens andere bestuurders. Binnen de opleiding werd ik volledig geaccepteerd. Omdat ik veel technische kennis over het organiseren van een school meebracht, denk ik. De meeste docenten waren praktijkmensen.
Versmelten
In ’92 kwam het idee om de afdeling naar de theateropleiding te brengen. Dat is niet zo logisch als het misschien lijkt, de eerste theatervormgevers waren schilders en andere beeldend kunstenaars. Op theateropleidingen was nooit veel aandacht voor de vormgeving. Wij maakten ook geen vormgeving voor gebruik in voorstellingen, ons eindproduct was een schaalmodel.
Ik vond het een goede stap, maar ik wilde ook dingen bewaken. Ik wilde dat de studenten een propedeuse bij BKV bleven volgen. Zodat ze individueel ideeën konden ontwikkelen voordat ze de confrontatie met regisseurs en acteurs aangingen. Je moet je voorstellen dat die timide kunstenaars, met hun met verf bekladde map, een school binnen schuifelen waar de kantine vol zit met zingende extraverte persoonlijkheden Die groepen hebben elkaar moeten vinden, er is mettertijd respect en vertrouwen opgebouwd.
De AEWG moest in die tijd verbreed worden van een opleiding voor docent drama naar een brede theateropleiding. Daarmee moest het ook een acteursopleiding worden, de vierde van Nederland. Daarom moesten we ons sterk profileren. Dat deden we met een nadruk op beweging, én met die sterke band met vormgeving, en de opleiding voor dramaschrijven. Inmiddels is daar design voor Virtual Theatre and Games bij gekomen. Eigenlijk zijn wij binnen de HKU een fusieschool op zichzelf.
Verbreden
We hebben net een community-arts project gedaan met vijf opleidingen van KMT en drie van BKV. En op een ander moment werken we weer samen met muziek. Er is CATLAB, een interfacultaire groep die door studenten bedachte projecten steunt. Er is wel degelijk interfacultaire samenwerking. Maar het is niet zichtbaar naar buiten toe. Er is de afgelopen jaren wat minder centrale regie geweest dan in de eerste periode dat de HKU bestond, dat is jammer. Er wordt teveel geklaagd. Ga eens met de borst vooruit staan, wees trots!
Je moet je professionaliseren om ruimte te scheppen om een kunstacademie te zijn. Ik ben heel blij dat Jules (van de Vijver, collegevoorzitter HKU) zegt dat we in de eerste plaats een kunstacademie zijn. Het mag nooit op de eerste plaats staan dat je administratie op orde is. Mensen die bezig zouden zijn met lesgeven, zijn modules aan het schrijven voor de onderwijsinspectie. Dat zou niet moeten hoeven.
Ik denk dat het snel is gegaan met mijn carrière omdat ik heel hard heb gewerkt. Wij moesten voor het eerst visitaties en zelfassessments doen om de accreditatie van de overheid te behouden. Zo bouwde ik mijn kennis en mijn zelfvertrouwen op, en dat zal ik ook wel hebben uitgestraald. Ik ben iemand die van verandering houdt, dat sloot goed aan bij wat de opleiding nodig had toen ik begon. En ik ben trouw aan de opleiding.
Ik houd van dit vak en van de studenten waar ik mee mag werken. Ik ben ongelooflijk verkocht aan het begeleiden van ontwikkeling van studenten. Als mensen, als theatermakers. Ik heb liever twijfelaars dan arrogante theatermakers die denken dat ze weten wat ze doen. Het is leuk dat we studenten hebben afgeleverd die de theaters volspelen, maar het gaat mij om het proces. Wij mogen hier steeds opnieuw het wiel uit vinden, en dat doe ik ook graag. En ik ben hier thuis. Ik heb twintig verschillende banen gehad binnen HKU. Afwisseling zat.
Over vijf jaar hebben we een aantal zekerheden en normen en waarden moeten loslaten. Het werkveld zal anders zijn en de school ook. De undergroundbeweging zal groter zijn, tegelijk zullen we misschien gesponsord moeten worden om de bezuinigingen op te vangen. De enige manier waarop je het als school kunt volhouden, is als je mensen hebt met pioniersgeest. Misschien haast een puberale geest. Behoudende mensen gaan het niet volhouden.
Bekijk de trailer! Binnenkort neemt kantinedame Mary na 33 jaar afscheid van de HKU en de Faculteit Theater. Mary begon indertijd bij de voorloper van de huidige Faculteit Theater, de Akademie voor Expressie door Woord en Gebaar.
In 2005 is de tweede verdieping van locatie Lange Viestraat ingrijpend verbouwd. De collegezalen zoals we die nu kennen, zijn vanaf dat jaar in gebruik. Ook de ingang verhuisde naar de nu bekende roltrappen.
De oude ingang met trappenhuis naast de winkels aan de Lange Viestraat is nu een nooduitgang.
De eerste kennismaking van Paul van Amerom met de HKU was begin jaren ’90, nog tijdens zijn studie Kunstbeleid & -management aan de Universiteit van Utrecht.
Als bijbaantje onderzocht hij waarom er geen deelnemers afkwamen op de cursus ‘Omgevingsmanagement’, opgezet door Giep Hagoort. Toen werd al duidelijk dat Giep zijn tijd ver vooruit was. ‘Hij zag het belang in van strategisch management, terwijl niemand anders in de culturele sector dat zag’.
Een warme juni
Na zijn studie bleken er een paar mooie klussen te liggen bij de HKU en sindsdien is hij verbonden geweest aan eerst de Interfaculteit en daarna de Faculteit Kunst en Economie. Al met al is hij al geruime tijd voor de HKU werkzaam, maar: never a dull moment. ‘Ik heb geen twee, drie jaar hetzelfde gedaan, het was altijd een mix van rollen en functies.’ Het begon met het organiseren van een internationale conferentie over kunstmanagement voor de AAAE (de American Association of Arts management Education), samen met Eva van der Molen. Hij herinnert zich die juni als één van de meest warme maanden in zijn leven, letterlijk en figuurlijk. Vers van de universiteit en dan een dergelijk project organiseren. ‘Ik was toen wel eens jaloers op die hbo-studenten die dit soort klussen ook al tijdens hun opleiding leren uitvoeren, dat leer je niet op de universiteit’.
Cursussen op maat
In die jaren stroomden er 25 studenten per jaar in. Die begonnen na een strenge selectie in het tweede jaar, nadat ze elders een propedeuse hadden gehaald. ‘Er is dus wel een en ander verandert in tussentijd!’. In de eerste periode was Paul overigens helemaal niet bezig met de hbo-opleiding. ‘Ik ontwikkelde cursussen en trainingen op maat voor het werkveld, die ik deels ook uitvoerde samen met Giep en Dorian Maarse. Bijvoorbeeld voor MAPA, de Moving Academy for Performing Arts. Dat zijn hoogtepunten in mijn HKU-tijd: samen met Dorian naar Zagreb en daar een cursus geven op het gebied van kunstmanagement. Erg bijzonder’. Paul was ook jarenlang coördinator voor het cursusaanbod Management Culturele Instellingen (MCI) dat hij omvormde van een jaarcursus tot een modulair aanbod. Vanaf 2004 werkt hij voor de bachelor. ‘Het was een periode van groei. In studentenaantallen, maar ook wat betreft het team en de organisatie. Dan is het niet meer voldoende als er een pioniersgeest is, hoe aantrekkelijk en dynamisch ook, dan is het belangrijk om de organisatie ook in een volgende fase te brengen.’
Marketing geen vies woord meer
‘In de afgelopen tien, vijftien jaar is het binnen de creatieve wereld veel belangrijker geworden om zelf je zaakjes te regelen, dus ook zonder subsidie. Wat dat betreft zitten wij met Kunst en Economie natuurlijk goed. Marketing was nog niet eens zo lang geleden een vies woord in de culturele sector, maar dat is veranderd.’ Het is een vakgebied dat nog steeds sterk in ontwikkeling is. ‘Op dit moment zijn we met de kerndocenten bezig met het in kaart brengen van de kennis die je nodig hebt als manager en ondernemer in de creatieve industrie. Die kennis krijgt weer een plek in de opleiding. ‘Dat is erg inspirerend. Je ziet het groeien en dat geeft energie.’ Zijn er nog dingen die beter kunnen? ‘Wat ik graag zou zien is een nog betere samenwerking tussen de verschillende faculteiten. Wat ons uniek maakt op het gebied van kunst en management kunnen we nog veel verder uitbreiden. Ondernemerschap heeft een plek gekregen in elke faculteit, maar er zijn echt nog meer mogelijkheden om Kunst en Economie studenten samen te laten werken de studenten uit wat we de maakfaculteiten noemen’.
Typisch K&E
‘Moeilijke vraag. Kunnen we daar zo even op terug komen?’ Na even peinzen: ‘Hard werken denk ik. In een hele aantrekkelijke en taakgerichte cultuur met veel dynamiek en verandering. Dat is wel echt een rode draad. Elke dag is anders. Aan de andere kant zijn we ook wel eens bezig om het wiel uit te vinden, dan blijkt achteraf dat het wiel er allang was.’
Wat maakt die HKU nu zo mooi?
‘Er loopt een massa creatieve geesten rond op de faculteiten. Je ziet wat er gemaakt wordt; ontzettend mooie dingen, innovatief en inspirerend. Kijk bijvoorbeeld naar de HKU-Awards. Als ik daar ben realiseer ik me weer dat ik voor een bijzondere instelling werkt.’ En het werken in het onderwijs? ‘Dat is een onderschat beroep. Er is niets mooiers én moeilijker dan te ontdekken hoe je het best jonge mensen kan helpen om een goed cultureel ondernemer te worden. Het blijft een ontdekkingstocht naar wat effectief is en wat niet. Maar dat maakt het blijvend interessant.’
Deze foto is op 7 april 2009 genomen toen de schutting rond de bouwput van het Vredenburg is versierd met panelen gemaakt door studenten van de HKU. Drie jaren later is de schutting met de decoraties nog steeds aanwezig. Soms heeft een traag bouwproces voordelen .
Bert van den Brink en Cor Bakker: twee bevriende muziekcoryfeeën bij de HKU. Bert is nog altijd als docent piano, afdeling Jazz en Pop werkzaam bij het Utrechts Conservatorium.
Toen de HKU in januari 1987 van start ging, was er nog geen huisstijl van de nieuwe organisatie. Als briefhoofd werd bovenstaande afbeelding gebruikt in afwachting van een meer definitieve vorm.
Begin januari 1987 was door de ‘PR Commissie’ een programma van eisen geformuleerd waar de nieuwe huisstijl aan diende te voldoen.
De ‘Ontwikkeling van een beeldmerk voor de Hogeschool en een typografische oplossing van de fakulteiten’ werd uiteindelijk gegund aan het bureau Samenwerkende Ontwerpers te Amsterdam. Het budget van de klus was 10.000,- gulden voor ‘de brede opdracht’ en 6000 voor ‘het logo en typografische oplossing’.
André Toet tekende voor het ontwerp. André was tevens aan de HKU verbonden als docent grafische vormgeving bij de Faculteit Beeldende Kunst en Vormgeving.
Het beeldmerk geeft in een abstracte vorm weer wat de activiteiten van de instelling zijn. Anno 1987 waren dat beeldende kunst, ontwerp, muziek en theater. In combinatie met het lettertype Franklin Gothic is deze huisstijl al 25 jaar lang in gebruik bij de HKU.
De verwachting is dat we mogelijk in 2013 afscheid gaan nemen van het ontwerp van André Toet bij de introductie van een nieuwe huisstijl.
Jeroen Goldsteen kwam in 1982 als docent slagwerk in dienst van het Utrechts Conservatorium. Van de fusie met de HKU in 1987 merkte hij weinig; als slagwerkdocent in de klassieke richting was hij maar één middag in de week te vinden op de slagwerkafdeling in het gebouw Kunsten en Wetenschappen. Meerdere dagen in de week was Jeroen als docent te vinden op het Amsterdams Conservatorium en op verschillende podia als uitvoerend muzikant.
Docent
Als docent met zo’n kleine aanstelling was Jeroen de eerste 20 jaar niet heel betrokken bij de school als geheel. ‘Heel veel muziekdocenten zijn maar een paar uur per week aan het werk voor het conservatorium, dan is dat niet het allerbelangrijkste.’ Na de fusie in 1997 tussen het Amsterdams en het Hilversums conservatorium hield zijn baan daar op. Een tijdje was hij alleen nog als uitvoerend muzikant actief binnen de muziekwereld, maar bleef die ene middag in de week lesgeven in Utrecht. Daar kwam verandering in toen er door verschuivingen functies vrijkwamen in Utrecht. ‘Ik solliciteerde en werd tutor van de klassieke afdeling.’ Het tutorschap gaf veel werk, want het stond toen nog in de kinderschoenen.
Faculteitsbestuur
Na een jaar schoof Jeroen door naar de functie van studieleider. Er was toen, vooral financieel, een moeilijke periode op het conservatorium en in de winter van 2004-2005 werd het toenmalig faculteitsbestuur van haar taak ontheven. Vijf studieleiders werden op dat moment het faculteitsbestuur. Drie maanden later bestond het faculteitsbestuur nog uit vier bestuurders: Gerdien Tanja, Tamara Roemjantsew, Jos Schillings en Jeroen Goldsteen. De vier hadden de taak om het conservatorium weer op de rails te krijgen. Jeroen had vanaf januari 2005 ineens twee petten op: ‘Ik zat niet alleen in het faculteitsbestuur, ik was ook hoofd van de opleiding Bachelor of Music. Dit was aan de ene kant heel efficiënt, maar aan de andere kant had ik te maken met mijn eigen belangenverstrengeling doordat ik soms mezelf om geld vragen moest vragen voor mijn eigen opleidingsinitiatieven.’
Windkracht 10
Het faculteitsbestuur was op dat moment bestuurlijk nog behoorlijk onervaren en kwam direct terecht in een stormachtige situatie als een boot op zee met windkracht 10, waardoor vooral de eerste anderhalf jaar heel zwaar waren. Maar het kersverse bestuur heeft door middel van betrokkenheid een omslag kunnen bewerkstelligen. ‘We zijn heel lang met zijn vieren geweest en besluiten hebben we altijd genomen op basis van argumenten. Door onze verschillende karakters hebben we heel wat marathonvergaderingen gehad.’ De moeilijke periode maakte het bestuur hecht, maar dit hielden ze altijd wel heel zakelijk. Als tutor kende Jeroen alle studenten, als studieleider werd dit al iets minder maar in zijn huidige functie blijkt het helemaal lastig om contact te onderhouden met studenten. Hij probeert wel regelmatig bij zoveel mogelijk tentamens en uitvoeringen aanwezig te zijn. ‘Als voorzitter van de toelatingscommissie ben ik ook bij veel toelatingen en examens waardoor ik studenten die binnenkomen langs zie komen.’
Toekomst
Op dit moment bevindt het hele kunstonderwijs zich in een veranderlijke tijd en wordt er hard gewerkt aan een sectorplan wat kunstinstellingen en hogescholen met elkaar moet verbinden en waardoor de HKU zich kan onderscheiden. In de toekomst zal dit plan het conservatorium een duidelijke profilering geven. Er is ook een nieuwe opleiding: Musician 3.0. Deze richt zich op het verbinden van maken en spelen. ‘Het is een nieuwe vorm, een pilot, die is ingegeven door het veranderende werkveld.’
Pensioen
Voor Jeroen is dit het laatste jaar aan de HKU; hij gaat na 30 jaar met pensioen. Het faculteitsbestuur zal dan nog bestaan uit twee mensen, want Tamara Roemjantsew was in 2010 al gestopt. Het nieuwe hoofd Bachelor of Music zal geen plaats meer nemen in het bestuur. Het bestuur van het Conservatorium zal voortgezet worden door Jos Schillings en Gerdien Tanja.
De locatie voor het lustrumfeest voor studenten en medewerkers is bekend bekend. Het is de Winkel van Sinkel in hartje binnenstad. Over de invulling van het feest wordt op dit moment nog gebrainstormd.
Dus meer informatie volgt.
CAT LAB is een interfacultair programma van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, waarin studenten vanuit verschillende disciplines uitgenodigd worden nieuwe samenwerkingsverbanden aan te gaan.
Deze video is de documentatie van de eerste CAT LAB werkperiode begin 2012.
De documentatie is gemaakt door Doris Denekamp en Geert van Mil. Animatie door Edwin Haverkamp, geluid door Stef van der Poel.
De geschiedenis van de HKU per tijdvak van vijf jaar
Politiek, economie en perspectief
HKU Festival 1997
In 1997 bestaat de HKU tien jaar en dat mag gevierd worden! Op 2 oktober houden we het eerste HKU-Feest in de geschiedenis: alle studenten en medewerkers zijn welkom. Voelen we ons inmiddels al echt HKU? Het eerste HKU-Festival waarop allen die in 1997 afstudeerden aan de HKU hun eindexamenwerk presenteren is niet alleen een feit, maar ook een groot succes.
Bij een jubileum blik je natuurlijk terug, maar de Haagse werkelijkheid dwingt ons vooral vooruit te kijken. Eén van de jubileumactiviteiten is een congres over Kunsteducatie. Want tien jaar na ‘onze eigen fusie’ staat er een nieuwe fusie op stapel in onderwijsland: die van de verschillende expressievakken in het middelbaar onderwijs. Als het aan Den Haag ligt zal er in plaats van drama, beeldende vorming en muziek straks één vak onderwezen worden: Culturele en Kunstzinnige Vorming, kortweg CKV. Betekent dit dat de HKU straks culturele duizendpoten moet opleiden? Eén van de congresgangers zei het zo: ‘Moet een aankomend docent beeldende vorming piano leren spelen? Wie neemt mijn angst weg?’
Wie denkt dat het nu andere tijden zijn omdat het een en al bezuinigen is wat de klok slaat, heeft het mis. In 1998 laat het verslag van de voorlichtingsdag voor decanen (die jaarlijks wordt gehouden door de gezamenlijke hogescholen voor de kunsten) niets aan duidelijkheid te wensen over: ‘Vlak voor zijn vertrek liet Aad Nuis nog even weten dat het kunstonderwijs in Nederland aan verbetering toe is en tot ieders verbazing geeft hij dit onderwijs nog een impuls door een bezuiniging van 25 miljoen door te voeren …’ En de HKU? Vice-voorzitter van het College van Bestuur Remi Seelaar meldt: ‘In vergelijking met de andere kunstonderwijsinstellingen lijkt het alsof we in de lift zitten …’
Op de jubileumposter van ons tweede lustrum prijkte inderdaad een lift die is aangekomen op tiende verdieping. Op ICT-gebied zitten we inderdaad in de lift: niet alleen hebben alle studenten en medewerkers e-mail, ook is het voor studenten mogelijk om werk op te slaan op een centrale server. En via de HKU-site heeft iedereen inmiddels toegang tot zo’n vijftig filmfragmenten en animaties, en ongeveer veertig composities. Hoofd ICT Emile Bijk: ‘Nu al zien we dat sites die studenten ontwikkeld hebben worden gepubliceerd in boeken. Daarmee geef je als instelling dus meteen een visitekaartje af.’
Bert Groenemeijer
In september 1999 schrijft CvB-voorzitter Bert Groenemeijer: ‘De politiek ziet nu in dat je kwaliteit niet bevordert door te bezuinigen. De bodem is bereikt. In een Europese vergelijking zitten we onderaan; zo’n beetje tussen Portugal en Griekenland in. De kennismaatschappij die er moet komen zal betaald moeten worden door het onderwijs beter te financieren. Het ziet er naar uit dat dat gaat gebeuren.’
Tania Kross
‘Er zitten rare juweeltjes op de HKU. Op de zangopleiding bijvoorbeeld. Ik was bij een masterclass van Dawn Upshaw in het Concertgebouw in Amsterdam en daar zongen twee meiden. Een ervan was een prachtige potige Antilliaanse vrouw uit Curaçao, ze zal een jaar of 24 geweest zijn, en die zong fantastisch. Van de HKU was ze, ik ben even haar naam kwijt, maar die kan ik voor je opzoeken. Ze zijn geniaal gerecenseerd in de krant. Die twee gaan het gewoon maken.’ Het is april 2000. Aan het woord is Rick van der Ploeg, staatssecretaris van Cultuur. De ‘potige Antilliaanse die het helemaal gaat maken’ luistert naar de naam Tania Kross.
Lector Kunst & Economie, Giep Hagoort, vindt dat de staatssecretaris, onder andere door achterstallig onderhoud met andere ministeries, veel kansen laat liggen. Cultuur zou overgeheveld moeten worden van OCenW naar het ministerie van EZ: ‘Cultuur is niet langer een luxe voor een kleine elite, maar een levensvoorwaarde voor een krachtige economie.’
Art Management entrepeneurial style
Op 27 november 2000 neemt Hedy d’Ancona het eerste exemplaar in ontvangst van zijn boek “Art Management entrepeneurial style”.
In september 2001 zal de nieuwe vierjarige opleiding Kunst & Economie starten.
6 November 2000 vindt in de Ridderzaal de Avond van Wetenschap en Maatschappij plaats. VPRO’s Peter van Ingen is een van de initiatiefnemers. De betekenis van de wetenschap voor de economie wordt onvoldoende onderkend. De avond is de start van een brede dialoog tussen wetenschap en maatschappij. Studenten Audiovisuele Media en Beeld- en Mediatechnologie hebben een audiovisuele hommage aan de wetenschap gemaakt over mogelijke dilemma’s van de moderne wetenschapper. Wetenschappers zijn dol op facts and figures. Dat werd dus researchen. Maar het verifiëren van de vondsten die de research had opgeleverd viel niet mee. Ronald Plasterk (toen nog wetenschapper) antwoordde: ‘De juiste cijfers? Die kan ik niet geven. Daar zijn de wetenschappers het zelf nog niet over eens. Maak maar mooie abstracte filmpjes.’
In september 2001 studeert Tania Kross, intussen ook winnares van de NPS Cultuurprijs, af en op 14 november 2001 mag zij naast CvB-voorzitter Bert Groenemeijer optreden als gastvrouw van prins Willem-Alexander en zijn aanstaande: Máxima.
Máxima Experience
De HKU is dan al maanden in rep en roer vanwege de ‘Máxima Experience’. De afdeling Fashion Design heeft een modeshow voorbereid met bruidsjaponnen. Wat betreft de carrière van de ‘potige Antilliaanse’ kreeg Rick van der Ploeg gelijk. Zou hij ook nog gelijk krijgen als het gaat om het belang van ICT in het kunstonderwijs? In april 2000 schetste hij het volgende perspectief: ‘In het investeringspakket van de regering moeten we kijken naar ICT in het kunstvakonderwijs. Niet omdat het voor het kunstvakonderwijs zo leuk is, maar omdat het noodzakelijk is voor de samenleving. Bill Gates en dat soort types kunnen niet meer zonder de creatievelingen. Misschien worden de kunsten in de toekomst ook wel een harde studie.’
En Peter van Ingen stelde in het interview dat we eind 2000 met hem hadden naar aanleiding van de Avond van Wetenschap en Maatschappij misschien wel de hamvraag die we ons voortdurend moeten blijven stellen: ‘Het is de vraag of jullie in de toekomst bezig kunnen blijven zoals jullie nu doen. Anders gezegd: Hoe maak je aannemelijk dat jullie met dat wat jullie doen op het goede spoor zitten?’
De HKU bestaat dit jaar 25 jaar! In het kader daarvan starten de HKU, Muziekhuis Utrecht en de Gaudeamus Muziekweek een jaarlijks terugkerend minifestival. Op zondagmiddag 15 april wordt het Muziekhuis Utrecht overgenomen door studenten van alle muziekafdelingen van de HKU. Een spannende middag met tal van korte performances door de musici en componisten van de toekomst. Van site-specific performances tot gloedjenieuwe strijkkwartetten en van interdisciplinaire projecten tot groepsimprovisaties met live-elektronica. Al met al een middag om je kosteloos te vermaken!
Nu in de Academiegalerie: Colour Logics, dag twee van de workshop met Jan van der Ploeg. Kom naar de opening van de tentoonstelling vrijdag 20 april om 17.00 uur! Expositie t/m 12 mei, woensdag t/m zaterdag van 13.00 – 18.00 uur
De tentoonstelling en lustrumactiviteit Colour Logics combineert werk van acht gerenommeerde kunstenaars met werk van studenten en laat zien dat kleur nog altijd een spannend en veelzijdig onderwerp binnen de hedendaagse beeldende kunst is.
‘Ik zie geen grenzen tussen de muziekgenres’
Hannie van Veldhoven studeerde in 1984 af in de richtingen Schoolmuziek, Piano Klassiek en Piano Jazz. Een van de eerste studenten die in deze laatste richting een diploma haalden, want pas vanaf de begin jaren 80 is de richting op de conservatoria ingevoerd. In 1989 kwam de pianiste in dienst van de HKU op de afdeling Jazz & Pop; als docent methodiek en piano. Sinds zes jaar is ze coördinator van de afdeling en geeft ze de opleiding mede vorm.
Barakken
In maart 1988 brandde het gebouw Kunsten en Wetenschappen, waar de Faculteit Muziek gevestigd zat, af. Hannie was pas net aangenomen en moest nog beginnen. ‘Dat was best wel even spannend want kan de school nog wel open?’ vroeg ze zich direct af. Aan de zijkant van het gebouw zijn barakken geplaatst, waardoor de lessen gewoon van start konden gaan. ‘Het was daardoor een rommelig begin, maar wel met een intieme sfeer.’ Doordat het gebouw tot aan de grond toe was afgebrand moest het volledig gerestaureerd worden. Hier gingen maanden overheen, maar uiteindelijk verhuisde het conservatorium weer terug naar het oorspronkelijke gebouw.
Vleugel
De focus van Hannie heeft altijd gelegen bij zowel jazz als klassiek en de grenzen tussen deze genres heeft zij nooit gezien. Als uitvoerend muzikant, want Hannie bleef naast het lesgeven actief achter de vleugel, ervoer ze deze ook niet. ‘De grenzen vervagen steeds meer en het draait steeds meer om het verschil tussen improviseren en interpreteren, en tussen spelen en maken. Een klassiek geschreven stuk kan op een hele moderne manier benaderd worden, terwijl een improvisatie heel ‘uitgearrangeerd’ kan zijn.’ 25 jaar geleden lag de nadruk zowel bij de richting Klassiek als bij Jazz & Pop-onderwijs op de ambacht van de muziek. Hannie is blij met de veranderingen van de afgelopen jaren binnen de opleiding: ‘studenten worden niet meer in een ensemble geplaatst, maar kiezen deze vanaf het tweede jaar zelf.’ Dit is ook in samenspraak met het werkveld; het is veel lastiger om een baan te vinden en er wordt heel veel van de studenten verwacht. Ze maken niet alleen muziek maar schrijven muziek, ondernemen en doceren. Studenten vormen zelf ensembles en maken hierbij hun eigen artistieke keuzes, waardoor de verschillen onderling veel groter zijn: van filmmuziek tot kleinkunst, alles komt voorbij.’
Coördinator
Als coördinator van de afdeling Jazz & Pop kan Hannie haar netwerk als uitvoerend muzikant goed inzetten. Ze organiseert regelmatig projecten die het reguliere onderwijs programma aanvullen. ‘Als ik projecten bedenk, gaat het om de toegevoegde waarde. Ik heb onlangs bijvoorbeeld een Jimi Hendrix project georganiseerd, hiervoor waren een week lang vier Italianen te gast op de HKU. De muziek van Hendrix is heel belangrijk geweest in de pop (gitaar)muziek. Eigenlijk kan alles voorbijkomen van wereldmuziek tot urban folk en van bigband tot funk.
Het onderwijs vormgeven is wat Hannie inspirerend vindt aan haar rol binnen de opleiding. Ze merkt dat de oude, ambachtelijke manier van lesgeven niet werkt bij de studenten van nu. Het is een uitdaging voor Hannie om een balans te vinden tussen de ambacht van het instrument beheersen en de keuzevrijheid voor studenten. ‘Kunst is keuzes maken, maar je moet ook wel een horizon zien voor je hem kan verleggen.’
Ook het internet heeft veel veranderd, vroeger wisten de studenten heel veel en tegenwoordig is er via Youtube en Google heel veel informatie voorhanden. ‘Een student herkende laatst Le Sacre du Printemps van Igor Stravinsky omdat hij de film Fantasia (1940) had gezien. Nadat we het fragment opzochten op internet kwamen we over het stuk in gesprek. Vroeger hadden we helemaal naar de bibliotheek gemoeten!’
Collega’s
De ene instrumentensectie is groter dan de andere; een gitaardocent heeft meer studenten dan een docent Fluit. Hierdoor zijn sommigen maar een aantal uur per week actief op de HKU. Opvallend is dat iedereen bevlogen is bij de afdeling en samenwerken zit in de cultuur van de docenten lichte muziek. ‘Als ik een meeting wil organiseren is iedereen enthousiast, helaas is het nog niet zo makkelijk te realiseren, omdat bijna alle docenten naast de HKU andere werkzaamheden hebben. De ensemble- en examenweken zijn de meest intensieve weken van het jaar voor ons, maar ook de gezelligste! Docenten beoordelen in commissies de studenten, in deze weken zien we elkaar het meest.’
Toekomst
Als coördinator volgt Hannie de studenten vier jaar lang, ze probeert dan ook zoveel mogelijk eindexamenconcerten bij te wonen. ‘Mijn kracht is dat ik erg betrokken ben, al hoor ik ook regelmatig dat ik wel streng ben, ik moet studenten soms echt achter de broek zitten.’ De brede belangstelling van Hannie in verschillende muziekgenres helpen haar bruggen te bouwen tussen klassiek en lichte muziek. De coördinator probeert ook de verschillende faculteiten samen te brengen doormiddel van bijvoorbeeld CATLAB; een interfacultair project. Studenten van verschillende richtingen en faculteiten worden hier samengebracht. ‘De kracht van de HKU is dat er zo veel verschillende richtingen zijn. In de toekomst wil ik muurtjes afbreken tussen verschillende faculteiten, maar ook binnen de muziekopleidingen.’
Ter gelegenheid van het aangekondigde huwelijk tussen Prins Willem-Alexander en Maxima maakten studenten Fashion Design een aantal bruidsjurken voor de aanstaande prinses.
Hakken, rossen en knallen met The Hammer, een heftige first person shooter van studenten Design for Virtual Theatre and Games (DVTG) uit 2004. Leuk voor de maandagmorgen
Anno 2012 kun je nog steeds genieten van lunchconcerten door studenten van het Utrechts Conservatorium. Kijk voor het actuele overzicht op www.hku.nl/agendamuziek. De concerten zijn gratis bij te wonen.
Laatste reacties